RIT 6
24 juli: Bad Neualbenreuth - Strakonice
Vertrek: 0825 Hr. Aankomst: 1625 hr. Afstand: 158 Km
Gem. snelheid: ?? Km/Hr: Weer: bewolkt en lichte regen van 12 hr
SPONSORS:
BEENHOUWERIJ HET EINDEKEN ARGENTA GARAGE BOB BRUYNSEELS PJORRE BETON WIJNEN MERLOO HAP FIETSEN STORMS TRANSPORT MICHIELS MARCEL VAN DYCK
De toer kabbelt stilaan naar het einde. En met het binnenfietsen van Tsjechie ook de kwaliteit van de huizen. Er is nog niet zo veel veranderd tegenover 2000, onze eerste trip naar en door Tsjechie.
Grauw, onverzorgd en afblatterende muren. Dringend bezetten (stucadoren is da blijkbaar) en e lakske verf. De schilders van de vroegere DDR die we gisteren bewierookten, kunnen hier alvast aan de slag.
De rit -net als deze van gisteren- kondigde zich aan als moordend. Al bij al viel het nog mee (en zeker in de volgwagen). De 19 klimmen waren meestal lopend met enkele uitzonderingen. Onmiddellijk na de start begon het al… 8 km gefietst en al bezig aan de derde klim. De 19 zullen snel achter de rug zijn, dachten de optimisten.
Nee, nee, er waren tussendoor vele dalende stroken waar de snelheid de hoogte in kon.
Het weer zat echter ook wat tegen. Vanaf de middag zouden er regenwolken ons volgen. Met regen tot 17 uur. De regenvestjes deden weer dienst.
Maar, niets van. Het was druppelen, ophouden en terug een paar druppels. De temperatuur ging ook eindelijk een beetje omhoog. Voor de middag was het voor sommigen ook tijd voor armstukken en een windvestje.
In Strokonice was het weer zoeken naar ons hotel Koflik. Een wegversperring gooide roet in het eten op enkele honderden meters van de aankomst. Wel was het de laatste 25 km nog ontzettende druk. De auto’s, bussen en vrachtwagens scheurden ons voorbij. Dit was bij de opbouw van het parcours geweten, maar toch was het erger dan verwacht.
Onderweg oolngezelschap gehad van 2 jonge Tsjechise wielrenners. Adam ... is kampioen van zij´ land in de junior-categorie. Hun foto is hierbij. Wij hadden geen extra bidons mee maar met een buff, klakske, drank en bevoorrading volgden zij ons.
Wij zijn vanaf nu supporter van de kampioen !! Ge gaat r van horen. Stybie 2 ??
Seffens weer ons gebruikelijk avondeten en we zo bouwen we onze ‘suikerspiegel’ en calorie verbruik terug op.
Iedereen nog in volle forme. Ik val in herhaling, maar,…. Een staarke groep !!
Ciao, ciao en tot morgen weer.
De Robert L… van den T…
Afstand: 159 km - hoogtemeters: 1853 m – totaal: 912 km
Wegkapiteins: Herman – Willy – Marc S.
Circa 15 km volgen we de Duits-Tsjechische grens. Mähring is de laatste gemeente in Duitsland, dan fietsen we Tsjechië in…
Zadni Chodov: na 23 km – nog 136 km
Zadni Chodov met amper 280 inwoners, is de 1e noemenswaardige gemeente die we op Tsjechisch grondgebied passeren.
Zuid-Bohemen
Zuid-Bohemen is een regio in het zuidwesten van Tsjechië, gelegen in het historisch Bohemen. Het is een van de 14 administratieve regio’s van Tsjechië. Deze regio is bekend om zijn schilderachtige landschappen, kastelen, meren, en historische steden. Een van de beroemdste plekken in Zuid-Bohemen is Český Krumlov, een middeleeuws stadje dat op de werelderfgoedlijst van UNESCO staat.
Zuid-Bohemen is een populaire bestemming voor toeristen die willen genieten van natuur, geschiedenis en cultuur. Het gebied staat ook bekend om zijn traditionele Tsjechische bierproductie.
Het is een uitgestrekte streek met een uitgebreid aanbod aan culturele schatten. In het noordelijke deel vind je de mooie steden Tábor en Písek, de stad van Hussieten en de stad met de oudste stenen brug van Tsjechië. De charmante stad Český Krumlov en het dorp Holašovice zijn beiden UNESCO-Werelderfgoed en absoluut een bezoek waard. Český Krumlov is gelegen aan de Moldau met het op een na grootste paleizencomplex van Tsjechië. Het is een geliefde bestemming bij Tsjechen en toeristen. De hoofdstad van Zuid-Bohemen is České Budějovice. De stad heeft een mooi plein en een eigen brouwerij
Plana: na 30 km – nog 129 km
Planá (5500 inw) was tot 1945 een plaats met een overwegend Duitstalige bevolking. Na WOII werd de Duitstalige bevolking verdreven. (Dit gebeurde overigens in de meeste van de plaatsen die we waardoor we fietsen. Het was toen blijkbaar niet plezant om als Duitser door het leven te gaan. De bevolking had dan ook hard genoeg geleden tijdens de Duitse overheersing.)
Het is de geboorteplaats van Petr Pavel (1961) (generaal en president van Tsjechië) en Zdeněk Štybar (1985), wielrenner.
Sumava Woud
Het Nationaal park Šumava is het grootste van de 4 nationale parken in Tsjechië en ligt in de regio's Pilsen en Zuid-Bohemen. Het omvat een deel van het Bohemer Woud in het zuidwesten van Tsjechië langs de grens met Duitsland en Oostenrijk. Het nationaal park beschermt een dunbevolkt gebied van de bergketen met dezelfde naam. In het gebied leefden tot en met WOII vooral Duitstalige inwoners. Na het einde van de WOII werden zij verdreven en werd het gebied deel van de verlaten zone langs de grens met het Oostblok.
In 1963 werd Šumava tot beschermd landschap uitgeroepen. Dit park behoort sinds 1990 tot een biosfeerreservaat van de UNESCO. Šumava is 68.064 Ha groot en sluit aan op het kleinere Nationaal Park Bayerischer Wald in Duitsland.
Het nationaal park was tot 1990 alleen voor grenswachten toegankelijk. Daardoor is het eeuwenoude park goed bewaard gebleven en zijn er weinig veranderingen geweest, en is het park voor het grootste deel nog in originele staat.
De Šumavabergketen is bedekt met het grootste bos van Centraal-Europa waarvan de samenstelling in de loop van de eeuwen veranderd is en momenteel vooral bestaat uit aanplant van sparren. Op verschillende plaatsen werden hiervoor uitheemse sparrenvariëteiten gebruikt. Deze zijn niet zo goed aangepast aan het harde lokale klimaat en zijn daarom kwetsbaar voor een reeks natuurelementen zoals sterke winden (bv. in de jaren 80 en 2007) en de letterzetter-kevers. Sinds de jaren 70 leeft een stabiele populatie van lynxen in het gebied. In het park bevindt zich verder ook de berg Plechý (1378 m) precies op de grens met Oostenrijk.
Men noemt deze streek niet voor niets “de groene long van Europa”.
Cernocin: na 44 km – nog 115 km
De belangrijkste bezienswaardigheid van Černošín (1200 inw) is de kerk van Sint Jacobus de Grote, gebouwd in barokstijl in 1711-1736, op de plaats van een oude gotische kerk uit de 14e eeuw.
Een toeristische bestemming is de ruïne van het kasteel Volfštejn, gelegen in de bossen aan de voet van Vlčí hora. Het werd gebouwd in het midden van de 13e eeuw, de eerste schriftelijke vermelding dateert uit 1316. Het werd verwoest tijdens de veldslagen van koning George van Podiebrady met de oppositie in 1470.
Stribro: na 54 km – nog 105 km
Stribro, waar Zdenek Stybar zijn hotel heeft, uitgebaat door zijn zus en ouders…
De eerste schriftelijke vermelding van Stříbro is in 1183. Het was een mijnnederzetting gelegen aan een belangrijke handelsroute (Zlatá cesta, "Gouden Weg") van Praag naar Neurenberg. Hier werd zilver en later vooral lood gedolven, wat de groei van de nederzetting versnelde.
Tot 1918 maakte de stad deel uit van Oostenrijk-Hongarije en was het administratieve centrum van een district met dezelfde naam. Vanaf 1918 behoorde Stříbro tot Tsjecho-Slowakije. Na WOII werd de resterende Duitse bevolking verdreven.
Een van de meest waardevolle monumenten is de gotisch-renaissancistische Stříbro-brug. Het heeft één bewaard gebleven poort, gebouwd in 1555-1560.
Het oorspronkelijke stadhuis, waarvan het uiterlijk niet bewaard is gebleven, werd in 1543 vervangen door het huidige renaissancegebouw.
De Allerheiligenkerk was oorspronkelijk een heiligdom, dat in een laatgotische reconstructie uit 1565 verdween. De andere delen dateren uit 1754-1757, toen het gebouw in barokstijl werd verbouwd. De kerktoren dient als uitkijktoren die open is voor het publiek.
Er zijn nog steeds fragmenten van stadsmuren bewaard gebleven, die de oude stad in een grote cirkel omringden. Ze omvatten de zogenaamde Joodse Poort, die het mogelijk maakte om de Joodse wijk binnen te gaan.
Stopd: na 75 km – nog 84 km
De eerste schriftelijke vermelding van Stod dateert uit 1235. De marktstad werd teruggedrongen door de onrust van de Dertigjarige Oorlog. In 1654 waren er nog maar ongeveer 230 inwoners in Stod. Bijgevolg werden stukken land verdeeld onder Duitse families uit Beieren om de regio opnieuw te bevolken, wat leidde tot de germanisering van Stod.
In 1938 werd de stad geannexeerd door nazi-Duitsland en bestuurd als onderdeel van het Reichsgau Sudetenland. Na WOII werd het grootste deel van de Duitse bevolking eens temeer verdreven.
De belangrijkste bezienswaardigheid van Stod is de kerk van de heilige Maria Magdalena (1841-43), gebouwd in neoklassieke stijl op de plaats van een oudere kerk.
In de buurt van de kerk staat de kapel van Sint Jan van Nepomuk. Het is een barokke kapel uit het begin van de 18e eeuw, die toebehoorde aan een nu niet meer bestaand ziekenhuis.
Planice: na 121 km – nog 38 km
De eerste schriftelijke vermelding van Plánice stamt uit 1144, toen het eigendom was van het nieuw opgerichte klooster van Pomuk. Als stad werd Plánice voor het eerst genoemd in 1329.
De belangrijkste bezienswaardigheid van Plánice is de kerk van Sint-Blasius. De oorspronkelijke gotische kerk werd voor het eerst gedocumenteerd in 1352. Het werd afgebroken en in 1755-1757 werd het vervangen door het huidige barokke gebouw.
Het kasteel van Plánice was oorspronkelijk een fort, gebouwd in de 2de tweede helft van de 16de eeuw. En herbouwd in de 18de eeuw.
Horazdovice: na 144 km – nog 15 km
De naam Horažďovice is afgeleid van de persoonlijke naam Gorazd, wat "het dorp van de mensen van Gorazd" betekent.
Er wordt aangenomen dat er al sinds de oudheid een Joodse aanwezigheid in Horažďovice bestaat en de eerste schriftelijke verwijzing naar de Joodse gemeenschap is opgenomen in de verslagen van de Dertigjarige Oorlog (1618-1648), waaruit blijkt dat er in 1618, 10 Joodse families aanwezig waren. Archiefgegevens geven aan dat er in 1619 een Joodse begraafplaats bestond. De eerste synagoge en joodse school werden gesticht in 1684. Officieel verbannen uit gilden, waren de vroege Joodse bewoners boeren en handelaren.
De Joden van Horažďovice waren onderworpen aan bevelen en decreten die het leven gedurende een groot deel van hun hele geschiedenis buitengewoon moeilijk maakten. Aan het einde van de 17e eeuw was het voor de Joden verboden om hun vee te laten grazen met de gemeenschappelijke kudde. In 1687 werden Joden verder aangevallen met speciale belastingen, een verbod op het dragen van vuurwapens en een edict dat Joden verplichtte een gele stoffen badge te dragen.
De meest verreikende beperkingen voor de Joden van Horažďovice waren een reeks maatregelen die bekend staan als de Familiewetten. Voor alle huwelijken tussen Joden was toestemming van de staat vereist. Geen enkele Jood onder de 30 jaar mocht trouwen en alleen de oudste man in elk gezin mocht dat doen.
De intrekking van de familiewetten in het midden van de 19e eeuw lanceerde wat velen beschouwen als de "gouden eeuw" van het Horažďovice-jodendom. Tegen 1890 bereikte de Joodse gemeenschap haar piekbevolking van 300, ongeveer 9% van de totale bevolking. De invloed van de Joodse gemeenschap was echter veel groter, aangezien zij de drijvende kracht waren achter een groot deel van Horažďovice's industriële revolutie.
Het bekendste Joodse bedrijf in Horažďovice was het azijn- en gedistilleerdbedrijf "Münz Brothers", opgericht door Simon Münz in 1831 en beroemd om zijn "Münzovka" whisky. In 1859 stichtte Heřman Katz wat het grootste kruideniershuis in Zuid-Bohemen zou worden. In 1907 richtte zijn zoon Otto Katz een groothandel in kruidenierswaren op die net zo welvarend was als die van zijn vader.
Van 1850 tot 1938 emigreerde een aanzienlijk aantal Joden uit Horažďovice, met name naar de Verenigde Staten, Australië en Zuid-Amerika. Tijdens WOII werd de Joodse gemeenschap gedeporteerd door de Duitse militaire autoriteiten als onderdeel van de Endlösung. Op 26 november 1942 werden 93 Horažďovice-joden per spoor naar Terezín overgebracht. Zes Joden werden op een andere manier gedeporteerd. Slechts zeven overleefden. Er bestaat vandaag de dag geen Joodse gemeenschap meer in Horažďovice.
De kern van het historische stadscentrum is het Mírové-plein. Grenzend aan het plein staat de kerk van de heiligen Petrus en Paulus en het kasteel. In het midden van het plein staat een Mariazuil uit de 18e eeuw. In het historische stadscentrum zijn gotische, renaissance- en barokke huizen bewaard gebleven.
De vestingwerken van de stad bestonden uit muren, vier poorten en een kasteel. Drie poorten en vestingmuren in het zuidelijke deel van het historische centrum zijn tot op de dag van vandaag bewaard gebleven. De Rode Poort staat te boek als de op één na oudste stadspoort van Bohemen.
Het kasteel van Horažďovice is een van de meest waardevolle gebouwen in de stad. Het oorspronkelijke gotische fort werd door het Huis van Švihovský herbouwd tot een renaissancekasteel, met als enige gotische overblijfselen kelders die in de rotsen waren uitgehouwen en een ronde toren. Sinds 1920 is in het kasteel het stadsmuseum gevestigd. De tentoonstellingen richten zich op de geschiedenis van de stad en op historische activiteiten in het gebied rond de rivier de Otava (goudzoeken, mijnbouw, pareloesterteelt).
Het Minorietenklooster werd gesticht in 1501. Een kapel uit 1330 werd herbouwd tot de kerk van de Maagd Maria (zie foto ß ß). De kerk van de heiligen Petrus en Paulus behoort tot de oudste gebouwen van de stad. De kerk van Sint-Jan de Doper werd in 1598 in renaissancestijl gebouwd.
Katovice: na 152 km – nog 7 km
Katovice heeft een fascinerende geschiedenis. In de 19e eeuw was het een agrarische nederzetting die langzaamaan begon te industrialiseren. De aanleg van de spoorlijn van Wenen naar Cheb in 1867 speelde een grote rol in deze ontwikkeling. Het drijven van hout en de pareljacht waren belangrijke inkomstenbronnen voordat de industrialisatie echt op gang kwam.
De grafietwinning op de steile heuvel van Kněží Hora tussen 1913 en 1922 voegde een nieuwe dimensie toe aan de lokale economie. Zo'n geschiedenis vol transitie en ontwikkeling geeft een goed beeld van de dynamiek van Katovice door de jaren heen.
De belangrijkste bezienswaardigheid is de kerk van de heiligen Filippus en Jacobus. Oorspronkelijk gebouwd in romaanse stijl, werd het in 1587 herbouwd tot zijn huidige vorm.
Strakonice: na 159 km
De naam is afgeleid van de persoonlijke naam Strakoň, wat "het dorp van de mensen van Strakoň" betekent.
De eerste schriftelijke vermelding van het dorp Strakonice (24000 inw) dateert uit 1243, toen de kerk van Sint Wenceslaus al bestond en toen Bavors een deel van het kasteel en verschillende dorpen in de omgeving schonk aan de Hospitaalridders van de Orde van Sint-Jan.
Strakonice is vooral bekend vanwege zijn imposante middeleeuwse kasteel, dat trots de iconische Rumpál-toren herbergt. Het kasteel onderging in de 16e eeuw een uitgebreide verbouwing tot een representatieve residentie van de grootpriors van de Orde, de latere wijzigingen waren slechts klein.
In de 19e eeuw werd de stad geïndustrialiseerd omdat de stad per spoor verbonden werd met České Budějovice en Plzeň, wat de verdere ontwikkeling bevorderde.
Een van de meest intrigerende verhalen uit Strakonice is de legende van de doedelzakspeler, die de inspiratie vormde voor het beroemde toneelstuk “Strakonický dudák”. Volgens de legende speelde de doedelzakspeler op verzoek van een mysterieuze man de hele nacht zonder een woord te zeggen. Aan het einde van de nacht waren het huis, de gasten en de gouden munten verdwenen. De doedelzakspeler vond zichzelf de volgende ochtend wakker onder een galg, met het besef dat hij in de ban van de duivel had gespeeld. Later werd de doedelzak in een kerk geplaatst en begon op de verjaardag van het voorval vanzelf te spelen
De kerk van Sint-Margaretha werd in 1580-1583 gebouwd in laatgotische stijl met veel renaissance-elementen. Het is een van de belangrijkste bezienswaardigheden. (zie foto à à )
De kerk van Sint Wenceslaus was oorspronkelijk een middeleeuwse gotische kerk, gesticht in de jaren 1300.
Hotel KOFLIK, Velké Námesti 220, Strakonice
Tel +420.732.100.093 Internet: www.hotel-koflik.cz
email:Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.